teambuilding architectuur modulor

Een nacht in La Tourette

Op 13 maart trokken we met het team naar Sainte-Marie de La Tourette, het klooster dat Le Corbusier bij Lyon bouwde. We waren er in 2024 al geweest en zijn teruggegaan — dat zegt waarschijnlijk genoeg. We aten mee aan tafel met de dominicanen en sliepen in de cellen. Wat we meebrachten is geen fotoalbum maar een meetlat.
Een nacht in La Tourette

Een gebouw dat je moet lopen

Sainte-Marie de La Tourette staat op een helling bij Lyon, en het eerste wat opvalt is dat het er niet op staat maar erboven hangt. Le Corbusier bouwde het tussen 1953 en 1960 voor de dominicanen: ruw beton, geen versiering, en een plattegrond die je pas begrijpt als je hem hebt afgelopen. Van onderaf loop je gewoon onder het gebouw door.

De pilotis waarop het klooster boven de helling hangt

De gang die zich niet herhaalt

De kloostergang loopt over de volle lengte van het gebouw, met aan de ene kant de deuren van de cellen en aan de andere kant glas van vloer tot plafond. Helemaal aan het einde staat een houten kruis: daarachter begint de kerk, zonder dat iets die overgang aankondigt.

De kloostergang, met glas over de volle hoogte
De doorgang naar de kerk, met een houten kruis

Le Corbusier liet die glaspartijen tekenen door Iannis Xenakis, die in zijn atelier als ingenieur werkte en al sinds zijn zestiende componeerde. Xenakis zette de verticale stijlen op ongelijke afstanden, onderverdeeld volgens de Modulor. Je ziet geen patroon en toch geen chaos: het is regelmaat zonder herhaling, zoals een partituur. Dat idee is het belangrijkste wat we hebben meegenomen.

De glaspartij, met stijlen op ongelijke afstanden

Van buitenaf zie je pas wat die gang met het gebouw doet. Hij steekt op poten dwars over de binnenhof, als een brug tussen de vleugels — en de glaspartij loopt gewoon mee.

De gang van buitenaf, dwars over de binnenhof

De cel

Achter elke deur in die gang zit dezelfde kamer. Er zijn er honderd, allemaal identiek: een ingebouwd bed, een werktafel, een wastafel en een kast — verder niets. Aan de buitenkant een glazen pui met een ventilatieluik, en daarachter een eigen buitenruimte van ruw beton. Ze kijken allemaal naar buiten, het landschap in.

De gang met de deuren van de cellen, groene vloer en gele deurlijsten
Een cel: bed, wandkast, groene vloer

We hebben er geslapen. Een cel is 1,83 meter breed, 5,92 meter diep en 2,26 meter hoog, en dat zijn geen willekeurige maten: alle drie komen ze uit de Modulor, het maatstelsel dat Le Corbusier op het menselijk lichaam bouwde. 1,83 m is de lengte van de figuur waarmee hij rekende. De breedte van je kamer is dus letterlijk één mens.

Je merkt het met je schouders voor je het narekent. Dat is het verschil tussen een systeem lezen en erin slapen.

Aan tafel

We hebben mee gegeten met de paters, in de refter. Grote ramen over de volle hoogte, uitzicht op de vallei, en een ritme dat er al decennia hetzelfde is. Het gebouw doet daar niets bijzonders — en dat is precies wat het bijzonder maakt. Alles staat er om het dagelijkse leven mogelijk te maken, niets om indruk te maken.

De refter, met ramen over de volle hoogte

Het licht

Achter die deur doseert Le Corbusier licht zoals hij elders maten doseert: streng. Het is er donker, en dan valt er ergens iets binnen dat je niet had zien aankomen — door gekleurde lichtkanonnen in het plafond van de crypte.

De lichtkanonnen in de crypte van de kerk

De kerk zelf is een kale doos. Banken langs de wanden, één donkere lijn in de vloer, en verder niets dat de aandacht wegneemt van wat er van bovenaf binnenkomt.

Het interieur van de kerk, met banken langs de wanden

Wat vastligt is de maat. Wat vrij blijft is de vorm.

Wat we hebben meegenomen

Geen stijl. Een meetinstrument. De twee reeksen waarmee Le Corbusier daar elke maat bepaalde — de rode voor wat je met je lichaam meet, de blauwe voor het skelet van het gebouw — zijn de twee reeksen waarmee wij sindsdien elke site opbouwen. Elke marge, elke lettergrootte en elke kolombreedte komt uit een van die twee.

Hoe dat er in de praktijk uitziet, staat op onze design-systeempagina: het raster, de interlinieformule, en het ritme van Xenakis, nagetekend in code.

Twee gebouwen van dezelfde architect delen een handschrift. Ze delen geen plattegrond. Dat geldt ook voor onze sites.

De gevel met de cellen, gezien vanaf het pad